Koninklijk besluit met maatregelen tegen de coronapandemie

Laatste aanpassing op zaterdag 4 december 2021

Goedgekeurd op 28 oktober 2021, gewijzigd op 19 en 27 november en 4 december 2021. Gecoördineerde versie.
De maatregelen gelden tot en met 28 januari 2022.

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. "onderneming": elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
  2. "consument": elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen;
  3. “protocol”: het document bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector dat de regels bevat die de ondernemingen en verenigingen van de bedoelde sector dienen toe te passen bij de uitoefening van hun activiteiten;
  4. vervoerder”, bedoeld in hoofdstuk 7:
    • de openbare of private luchtvervoerder;
    • de openbare of private zeevervoerder;
    • de binnenvaartvervoerder;
    • de openbare of private trein- of busvervoerder voor het vervoer vanuit een land dat zich buiten de Europese Unie en de Schengenzone bevindt;
  5. “gouverneur”: de provinciegouverneur of de krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie;
  6. ″huishouden″: personen die onder hetzelfde dak wonen;
  7. “grensarbeider”: een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een Lidstaat maar in een andere Lidstaat zijn woonplaats heeft waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert;
  8. “personeelslid”: elke persoon die werkt in of voor een onderneming, vereniging of dienst;
  9. “derde land”: een land dat niet behoort tot de Europese Unie, noch tot de Schengenzone;
  10. “mondmasker”: een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen;
  11. -;
  12. -;
  13. “openbare ruimte”: de openbare weg en de voor het publiek toegankelijke plaatsen, met inbegrip van plaatsen die afgesloten en overdekt zijn;
  14. “digitaal EU-COVID-certificaat”: een certificaat zoals bedoeld in de Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren en in de Verordening (EU) 2021/954 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) ten aanzien van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven of wonen tijdens de COVID-19-pandemie;
  15. “vaccinatiecertificaat”: een digitaal EU-COVID- certificaat van vaccinatie of een certificaat van vaccinatie uitgereikt in een land dat niet behoort tot de Europese Unie dat als equivalent wordt beschouwd door de Europese Commissie op basis van de uitvoeringshandelingen of door België op basis van bilaterale akkoorden, waaruit blijkt dat sinds ten minste twee weken alle doses voorzien in de bijsluiter werden toegediend van een vaccin tegen het virus SARS-Cov-2 dat wordt vermeld op de website “info-coronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Bij gebrek aan een equivalentiebeslissing van de Europese Commissie wordt eveneens een vaccinatiecertificaat aanvaard dat werd uitgereikt in een land dat niet behoort tot de Europese Unie en dat minimaal de volgende informatie bevat in het Nederlands, Frans, Duits of Engels:
    • gegevens waaruit kan worden afgeleid wie de persoon is die is gevaccineerd (naam, geboortedatum en/of ID-nummer);
    • gegevens waaruit blijkt dat sinds ten minste twee weken alle doses voorzien in de bijsluiter werden toegediend van een vaccin tegen het virus SARS-Cov-2 dat wordt vermeld op de website “info- coronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
    • de merknaam en de naam van de fabrikant of handelsvergunningshouder van elk vaccin dat werd toegediend. Indien één van beide namen niet wordt vermeld, moet ook het lotnummer worden vermeld;
    • de datum van toediening van elke dosis van het vaccin die werd toegediend;
    • de naam van het land, van de provincie of van de regio waar het vaccinatiecertificaat werd uitgereikt;
    • de afgever van het bewijs van vaccinatie;
  16. “testcertificaat”: een digitaal EU-COVID-certificaat of een ander certificaat in het Nederlands, Frans, Duits of Engels, dat aangeeft ofwel dat een NAAT test (Nucleic Acid Amplification Test) met negatief resultaat niet meer dan 72 uur voor aankomst op het Belgisch grondgebied werd uitgevoerd in een officieel laboratorium, ofwel dat een RAT test (Rapid Antigen Test) met negatief resultaat niet meer dan 36 uur voor aankomst op het Belgisch grondgebied werd uitgevoerd door een professioneel;
  17. “herstelcertificaat”: een digitaal EU-COVID- certificaat van herstel of een certificaat van herstel uitgereikt in een land dat niet behoort tot de Europese Unie dat als equivalent wordt beschouwd door de Europese Commissie op basis van de uitvoeringshandelingen of door België op basis van bilaterale akkoorden;
  18. “massa-evenement”: een publiek toegankelijk evenement georganiseerd in het kader van artikel 12, § 3, zoals onder meer kerstmarkten en winterdorpen;
  19. “proef- en pilootproject”: een project zoals bedoeld in artikel 28;
  20. “private bijeenkomst”: een bijeenkomst waarbij de organisator voorafgaand aan de start ervan door middel van individuele uitnodigingen de toegang tot de bijeenkomst uitsluitend beperkt tot een welomschreven met de organisator verbonden doelgroep die duidelijk te onderscheiden valt van het grote publiek;
  21. “discotheken en dancings”: uitgaansgelegenheden die bestaan uit één of meerdere zalen waar hoofdzakelijk gedanst wordt op muziek;
  22. “samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021”: het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België, met inbegrip van alle later aangebrachte aanvullingen en wijzigingen;
  23. “arbeidsplaatsen”: de arbeidsplaatsen zoals gedefinieerd in artikel 16, 10°, van het Sociaal Strafwetboek;
  24. “georganiseerd collectief vervoer”: het vervoer dat vooraf georganiseerd wordt met een duidelijk traject of eindbestemming met een voertuig waar minstens 9 zitplaatsen zijn voor de passagiers, bovenop de zitplaats van de chauffeur;
  25. "klein toeristisch logies”: een vakantiewoning die maximaal 15 personen kan herbergen;
  26. "bioscoop": een uitgaansgelegenheid, bestaande uit één of meerdere zalen en ingericht om er gewoonlijk films te vertonen.

HOOFDSTUK 2. Organisatie van de arbeid

Artikel 2§1

Telethuiswerk is verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten, voor alle personen bij hen werkzaam, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening. Telethuiswerk wordt verricht in overeenstemming met de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten en akkoorden.

De werkgevers bezorgen de personen werkzaam in hun vestigingseenheden, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, die niet kunnen telethuiswerken een attest of elk ander bewijsstuk dat de noodzaak van hun aanwezigheid op de arbeidsplaats bevestigt.

De werkgevers registreren maandelijks, via het elektronische registratiesysteem dat door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ter beschikking wordt gesteld op de portaalsite van de sociale zekerheid, per vestigingseenheid het totale aantal personen dat er werkzaam is en het aantal personen dat een functie uitoefent die onmogelijk kan worden volbracht via telethuiswerk. De aangifte voor de periode van 22 november 2021 tot en met 31 december 2021 heeft betrekking op de situatie op de derde werkdag volgend op de inwerkingtreding van dit besluit en moet uiterlijk worden ingediend op 30 november 2021. De volgende aangiften hebben betrekking op de situatie op de eerste werkdag van de maand en moeten uiterlijk worden ingediend op de zesde kalenderdag van de maand. Als het totale aantal personen werkzaam in de vestigingseenheid en het aantal personen dat daar een functie uitoefent die onmogelijk kan worden volbracht via telethuiswerk, niet is gewijzigd sinds de laatste geldige aangifte, is de werkgever niet verplicht een nieuwe aangifte te doen.

De in het derde lid bedoelde registratieplicht is niet van toepassing op:

  • de KMO’s waar minder dan vijf personen werkzaam zijn, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie;
  • de inrichtingen bedoeld in artikel 2, 1° van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waarmee instemming werd verleend door de wet van 1 april 2016;
  • de werkgevers in de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 40 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie;
  • alle onderwijsinstellingen voor zowel het personeel dat de inrichtende machten zelf betalen en aangeven bij de RSZ, als het personeel dat via een Gemeenschapsministerie betaald wordt en bij de RSZ wordt aangegeven. Deze uitzondering geldt niet voor universiteiten, privéscholen en andere opleidingsinstellingen die de lonen van al hun personeel zelf betalen;
  • de politiediensten zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;
  • de operationele diensten van de civiele veiligheid bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid;
  • de penitentiaire inrichtingen, de rechterlijke orde en de inlichtingendiensten.

Artikel 2§1bis

In afwijking van §1, eerste lid, mogen de ondernemingen, verenigingen en diensten zoals bedoeld in § 1, eerste lid, voor de personen bij hen werkzaam, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie, waarvoor het telethuiswerk verplicht is, terugkeermomenten inplannen, mits naleving van de regels bedoeld in paragraaf 2 en onder de volgende voorwaarden :

  • een onderling akkoord tussen deze ondernemingen, verenigen en diensten en de personen die bij hen werkzaam zijn, wat betekent dat deze personen niet verplicht kunnen worden om deel te nemen aan de terugkeermomenten;
  • het doel moet het bevorderen van het psychosociaal welzijn en de teamgeest van deze personen zijn;
  • deze personen moeten vooraf de nodige instructies krijgen over alle maatregelen die noodzakelijk zijn om de terugkeer in alle veiligheid te laten verlopen;
  • deze personen moeten geïnformeerd worden dat ze in geen geval mogen terugkeren naar de arbeidsplaats als ze zich ziek voelen of ziektesymptomen vertonen of zich in een quarantainesituatie bevinden;
  • de werkgever mag hieraan, voor zijn werknemers, geen enkel gevolg verbinden;
  • de verplaatsing van en naar de arbeidsplaatsen tijdens de piekuren van het openbaar vervoer of via carpooling moet zo veel mogelijk vermeden worden;
  • de beslissing om terugkeermomenten te organiseren moet gebeuren met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in de onderneming, waarbij alle voorwaarden worden afgetoetst.

Deze terugkeermomenten mogen maximum één dag per week per persoon bedragen tot en met 19 december 2021, en maximum twee dagen per week per persoon vanaf 20 december 2021. Tot en met 19 december 2021 mag per dag maximum 20 % van de personen voor wie telethuiswerk overeenkomstig §1 verplicht is, tegelijk in de vestigingseenheid aanwezig zijn, en vanaf 20 december 2021 mag dit maximum 40 % zijn.

Voor de KMO's waar minder dan tien personen werkzaam zijn, mogen maximum vijf personen van diegenen voor wie het telethuiswerk overeenkomstig §1 verplicht is, tegelijk in de vestigingseenheid aanwezig zijn.

Artikel 2§2

De ondernemingen, verenigingen en diensten bedoeld in paragraaf 1 nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden.

Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de “Generieke gids om de verspreiding van COVID- 19 op het werk tegen te gaan”, die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen. Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

Deze ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de personen die bij hen werkzaam zijn tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hun een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, personeelsleden en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.

Artikel 2§2bis

Het is verboden voor de ondernemingen, verenigingen en diensten zoals bedoeld in §1, eerste lid, om teambuildings met fysieke aanwezigheid te organiseren, zowel binnen als buiten, alsook om niet-publiek toegankelijke bedrijfsevenementen op de arbeidsplaats te organiseren.

Artikel 2§3

De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en personeelsleden van de ondernemingen, verenigingen en diensten bedoeld in paragraaf 1, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die er gelden overeenkomstig paragrafen 1, 1bis, 2 en 2bis.

Artikel 3

Personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, leven de verplichtingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken na zoals vastgesteld door de bevoegde overheden.

Op de arbeidsplaatsen kunnen de preventieadviseurs- arbeidsartsen, evenals alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, aan de betrokken personen vragen het bewijs te leveren dat zij de verplichtingen naleven zoals vastgesteld door de bevoegde overheden.

Artikel 3bis

In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.

HOOFDSTUK 3. Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten

Artikel 4

De ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten oefenen hun activiteiten uit overeenkomstig het protocol of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels.

In elk geval dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd:

  1. de onderneming of vereniging informeert de consumenten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. de onderneming of vereniging stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de consumenten;
  3. de onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  4. de onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting;
  5. de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden.

Artikel 4bis

De nachtwinkels dienen te worden gesloten voor het publiek tussen 23.00 uur en 5.00 uur.

Artikel 5

Bij het professioneel uitoefenen van horeca- activiteiten dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen:

  1. de uitbater informeert de klanten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. de uitbater stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de klanten;
  3. de uitbater neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  4. de uitbater zorgt voor een goede verluchting;
  5. de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden.
  6. de professionele uitoefening van horeca-activiteiten is verboden tussen 23.00 uur en 5.00 uur, behalve voor wat betreft de private bijeenkomsten in het kader van een huwelijk of uitvaart;
  7. maaltijden en dranken kunnen tussen 23.00 uur en 5.00 uur niet worden aangeboden om af te halen en te leveren;
  8. een maximum van zes personen per tafel is toegestaan, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld;
  9. enkel zitplaatsen aan tafel of aan de toog zijn toegestaan;
  10. elke persoon moet aan de eigen tafel of aan de toog blijven zitten, behalve voor het uitoefenen van cafésporten en kansspelen en om zich naar de bar of een buffet te verplaatsen.

In afwijking van het eerste lid, 8°, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden. 

Het eerste lid is niet van toepassing in geval van dienstverlening aan huis, met uitzondering van de bepaling onder 6°.

Artikel 6

Het collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 7§1

In de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen:

  1. de uitbater of organisator informeert de bezoekers, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de bezoekers;
  3. de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  4. de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting;
  5. de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden.

Onverminderd het eerste lid, dienen in bioscopen de volgende regels te worden nageleefd:

  1. per zaal mag een maximum van 200 bezoekers worden ontvangen;
  2. de uitbater neemt de passende maatregelen zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap.

Artikel 7§2

Zijn gesloten voor het publiek:

  1. de discotheken en de dancings;
  2. de binnenspeeltuinen.

Artikel 8

In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van bezoekers minstens de volgende specifieke modaliteiten:

  1. de minimale regels bedoeld in artikel 4, tweede lid;
  2. het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de bezoekers bij de in- en uitgang;
  3. het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties

Artikel 9

In de volgende plaatsen is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) verplicht:

  1. de besloten gemeenschappelijke ruimten van de inrichtingen behorende tot de sportieve sector, met inbegrip van de fitnesscentra;
  2. de besloten gemeenschappelijke ruimten van de inrichtingen behorende tot de evenementensector, met inbegrip van de discotheken en dancings;
  3. de besloten ruimten van de eet- en drankgelegenheden van de horecasector;
  4. de besloten ruimten van de infrastructuur waar een massa-evenement plaatsvindt met een publiek van 50 of meer personen.

De meter bedoeld in het eerste lid dient op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats te worden geïnstalleerd, tenzij er in een publiek toegankelijk alternatief weergavesysteem in realtime wordt voorzien. Er dient minstens één meter aanwezig te zijn in elke afzonderlijke ruimte waar eten en dranken worden bereid en geserveerd, waar wordt gerookt, waar wordt gesport, waar het evenement plaatsvindt, waar wachtrijen staan, alsook in de kleedkamers. Deze meter dient te worden geïnstalleerd op een centrale plaats, en niet naast een deur, raam of ventilatiesysteem.

De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Wanneer de waarde van 900 ppm overschreden wordt, dient de uitbater te beschikken over een actieplan op basis van een risicoanalyse om compenserende maatregelen te verzekeren voor ventilatie en/of luchtdesinfectie en/of luchtfiltratie zoals bedoeld in het ministerieel besluit van 12 mei 2021 houdende de voorlopige bepaling van de voorwaarden voor het op de markt brengen van luchtzuiveringssystemen in het kader van de bestrijding van SARS-CoV-2 buiten medische doeleinden, die een luchtkwaliteit verzekeren die evenwaardig is aan de luchtkwaliteitsnorm van 900 ppm. Wanneer de waarde van 1200 ppm overschreden wordt, wordt de uitbater aanbevolen om bovendien te voorzien in een erkend systeem voor deze luchtdesinfectie en/of luchtfiltratie dat een luchtkwaliteit verzekert die evenwaardig is aan de luchtkwaliteitsnorm van 900 ppm.

HOOFDSTUK 4. Markten en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra

Artikel 10

Onverminderd de artikelen 4 en 8 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde lokale overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap.

Artikel 11

Markten, met inbegrip van jaarmarkten, braderijen, brocante- en rommelmarkten, en kermissen kunnen enkel plaatsvinden na toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de volgende regels:
 

  1. de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
  2. de markt- en kermiskramers kunnen enkel voeding of dranken aanbieden met naleving van de regels voorzien in artikel 5;
  3. wanneer een markt, jaarmarkt, braderij, brocante- of rommelmarkt, of kermis meer dan 5000 bezoekers op eenzelfde moment ontvangt, wordt een eenrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke in- en uitgangen;
  4. de kermiskramer ziet erop toe dat in de attractie de van toepassing zijnde social distancing gerespecteerd wordt tussen de verschillende gezelschappen;
  5. de geldende regels met betrekking tot de sanitaire maatregelen, zoals het desinfecteren van de handen voor de attractie en de social distancing worden door middel van affiches in de stand of attractie in herinnering gebracht.

Onverminderd artikel 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde lokale overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Gids voor de opening van de handel”.

Dit artikel is niet van toepassing op kerstmarkten en winterdorpen.

HOOFDSTUK 5. Bijeenkomsten en evenementen

Artikel 12§1

Private bijeenkomsten en activiteiten in georganiseerd verband mogen enkel buiten worden georganiseerd, onverminderd de artikelen 2, 4, 7 en 23.

In afwijking van het eerste lid, mogen private bijeenkomsten en activiteiten in georganiseerd verband binnen worden georganiseerd wanneer deze:

  1. thuis of in een klein toeristisch logies plaatsvinden;
  2. plaatsvinden in het kader van een huwelijk of een uitvaart;
  3. sportieve activiteiten, sportieve wedstrijden, sportkampen of sporttrainingen betreffen;
  4. gericht zijn op kwetsbare groepen, met name socioculturele activiteiten, activiteiten van permanente vorming en jeugdactiviteiten die door professionelen omkaderd worden, overeenkomstig de toepasselijke protocollen.

Artikel 12§2

Onder voorbehoud van paragraaf 5, mogen evenementen, culturele en andere voorstellingen, sporttrainingen en congressen binnen enkel worden georganiseerd voor een zittend publiek van maximum 50 personen, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, onverminderd de artikelen 5, 7, 9 en 20 en het toepasselijke protocol.

Evenementen, met inbegrip van kerstmarkten en winterdorpen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen,
en congressen mogen buiten worden georganiseerd voor een zittend of staand publiek van maximum 100 personen, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, onverminderd de artikelen 5, 7, 9 en 20 en het toepasselijke protocol. De organisator neemt de passende maatregelen zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap.

Deze paragraaf is niet van toepassing indien de toegang op basis van een lokaal politiebesluit of lokale politieverordening, een decreet of een ordonnantie verplicht dient te worden georganiseerd overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021.

Artikel 12§3

Onder voorbehoud van paragraaf 5, mogen massa-evenementen en proef- en pilootprojecten binnen enkel worden georganiseerd voor een zittend publiek van minimum 50 personen, en van maximum 4000 personen per dag tot en met 5 december 2021 en van maximum 200 personen per dag vanaf 6 december 2021, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de modaliteiten van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021.

Massa-evenementen en proef- en pilootprojecten mogen buiten worden georganiseerd voor een zittend of staand publiek van minimum 100 personen, en van maximum 75.000 personen per dag medewerkers en organisatoren niet meegeteld, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de modaliteiten van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021. De aankomstzone tot het massa-evenement wordt zodanig georganiseerd dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd. De minimumaantallen bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen worden gewijzigd overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021. In afwijking van het eerste en tweede lid, kan een massa-evenement met een publiek van minder dan 50 personen binnen of minder dan 100 personen buiten eveneens worden georganiseerd met toepassing van de modaliteiten van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021, mits de organisator de bezoekers daarvan voorafgaand informeert.

Artikel 12§4

De handelsbeurzen zijn toegelaten met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4 en in het toepasselijke protocol.

De organisator neemt de passende maatregelen zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap.

Dit artikel is niet van toepassing indien de toegang wordt georganiseerd overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 op
basis van een decreet of een ordonnantie.

Artikel 12§5

De aanwezigheid van publiek is verboden tijdens professionele en niet-professionele sportieve wedstrijden die binnen worden georganiseerd.

In afwijking van het eerste lid, kan elke deelnemer tot en met 17 jaar vergezeld worden door twee meerderjarige personen. De aanwezigheid van publiek tijdens professionele en niet-professionele sportieve wedstrijden die buiten worden georganiseerd is enkel toegelaten met naleving van de regels voorzien in § 2 en 3.

Artikel 12bis

Voor de toepassing van dit besluit worden de activiteiten die plaatsvinden in een tent met ten minste twee open zijden gelijkgesteld met activiteiten die buiten plaatsvinden.

Artikel 13

<Opgeheven>

HOOFDSTUK 6. Openbaar vervoer

Artikel 14

Eenieder, vanaf de leeftijd van 6 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd, overeenkomstig artikel 22.

In afwijking van het eerste lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen en van alle bussen die diensten uitvoeren in het kader van het openbaar vervoer niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de bestuurder goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de bestuurder geen mondmasker draagt.

Artikel 15

De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen neemt de nodige maatregelen om een maximale naleving van de preventiemaatregelen te garanderen in het station, op het perron of een halte, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door haar wordt georganiseerd, in samenwerking met de betrokken lokale overheid en de politie.

HOOFDSTUK 7. Reizen

Artikel 16§1

Niet-essentiële reizen naar België zijn verboden voor personen die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet- essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.

Reizen zoals bedoeld in bijlage 1 van dit besluit worden beschouwd als essentieel en zijn dus toegelaten.

Voor de overeenkomstig het tweede lid toegelaten reizen is de reiziger ertoe gehouden in het bezit te zijn van een attest van essentiële reis. Dit attest wordt uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post indien wordt aangetoond dat de reis essentieel is.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het derde lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest. Bij gebrek aan dit attest, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat de reiziger in het bezit is van dit attest.

In afwijking van het derde lid, is een attest niet vereist indien het essentieel karakter van de reis blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger.

Bij gebrek aan dit attest van essentiële reis of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Artikel 16§2

De maatregelen bedoeld in paragraaf 1 zijn niet van toepassing op de reizigers die in het bezit zijn van een vaccinatiecertificaat, noch op de personen tot en met 17 jaar die reizen met een begeleider die in het bezit is van een vaccinatiecertificaat.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers en begeleiders bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van een vaccinatiecertificaat. Bij gebrek aan dit vaccinatiecertificaat, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.

Bij gebrek aan dit vaccinatiecertificaat of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit vaccinatiecertificaat, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Artikel 16§3

Onverminderd paragrafen 1 en 2 is het verboden voor personen die zich op enig moment in de afgelopen 14 dagen op het grondgebied van een derde land dat op de website “info-coronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als zone met heel hoog risico is aangemerkt bevonden, om zich rechtstreeks, dan wel onrechtstreeks naar het Belgische grondgebied te verplaatsen, in zoverre zij niet beschikken over de Belgische nationaliteit of hun hoofdverblijfplaats niet hebben in België, met uitzondering van volgende toegelaten essentiële reizen:

  1. de professionele reizen van vervoerspersoneel, vracht- en cargopersoneel en zeevarenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore windmolenparken, mits zij in het bezit zijn van een attest uitgereikt door de werkgever;
  2. de reizen van diplomaten, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid onontbeerlijk is voor de goede werking van deze organisaties, bij het uitoefenen van hun functie, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post;
  3. de reizen van de echtgenoot, of partner van een persoon die beschikt over de Belgische nationaliteit of zijn hoofdverblijfplaats heeft in België voor zover zij onder hetzelfde dak wonen, evenals de reizen van hun kinderen die onder hetzelfde dak wonen, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post. De feitelijke partners moeten eveneens een aannemelijk bewijs leveren van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie;
  4. doorreizen buiten de Schengenzone en de Europese Unie;
  5. doorreizen in België vanuit een derde land aangemerkt als zone met heel hoog risico naar het land van nationaliteit of hoofdverblijfplaats, voor zover dit land zich binnen de Europese Unie of de Schengenzone bevindt;
  6. de reizen om dwingende humanitaire reden, mits zij in het bezit zijn van een attest van dwingende humanitaire reden, uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post, goedgekeurd door de Dienst Vreemdelingenzaken;
  7. de reizen van personen van wie fysieke aanwezigheid onontbeerlijk is voor de nationale veiligheid, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post en goedgekeurd door de Dienst Vreemdelingenzaken.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de personen bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest of van een bewijs van toegelaten transit. Bij gebrek aan dit attest of aan een bewijs van toegelaten transit, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.

Bij gebrek aan dit attest of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Wanneer een derde land wordt aangemerkt als zone met heel hoog risico overeenkomstig het eerste lid, treedt het inreisverbod op het Belgisch grondgebied in werking op het moment zoals aangegeven op de website “info-coronavirus.be” en ten vroegste 24 uren na de publicatie op die website.

Artikel 16§4

Voor de toepassing van dit besluit worden Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad beschouwd als landen van de Europese Unie.

Artikel 17§1

Voor de reizen naar België vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.

De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een elektronisch Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. Bij aankomst op Belgisch grondgebied wordt door de luchthavenuitbater opnieuw gecontroleerd of het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld, overeenkomstig de instructies van de bevoegde overheid.

Bij gebrek aan een ingevuld elektronisch Passagier Lokalisatie Formulier of bij valse, misleidende of onvolledige informatie hierin kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Artikel 17§2

In geval van een reis naar België vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.

De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een elektronisch Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. Bij aankomst op Belgisch grondgebied wordt door de luchthavenuitbater opnieuw gecontroleerd of het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld, overeenkomstig de instructies van de bevoegde overheid.

Artikel 17§3

In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 1 en 2 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in België meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten België meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, in te vullen en te ondertekenen.
 
De uitzondering op de verplichting om het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier in te vullen en te ondertekenen voorzien in het eerste lid voor de reizigers waarvan de reis geen gebruik van een vervoerder inhoudt en waarvan het verblijf in België niet langer duurt dan 48 uur of waarvan het voorafgaand verblijf buiten België niet langer heeft geduurd dan 48 uur, is niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een derde land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig artikel 16, § 3, eerste lid.

Artikel 17§4

In aanvulling op de paragrafen 1, 2 en 3 is de reiziger ertoe gehouden om het bewijs van indiening van het overeenkomstig de paragrafen 1, 2 en 3 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier bij zich te dragen gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur.

Artikel 17§5

De persoonsgegevens ingezameld via het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier in uitvoering van paragrafen 1, 2 en 3 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1,
§ 1, 6° van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano, en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat samenwerkingsakkoord.

Artikel 18

In geval van een reis bedoeld in artikel 17 §1, §2 en §3, dient eenieder, vanaf de leeftijd van 12 jaar, die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit een grondgebied binnen de Europese Unie of de Schengenzone, of van een derde land dat is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 dat op de website “info-coronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als rode zone of als zone met heel hoog risico is aangemerkt, en die geen hoofdverblijfplaats heeft in België, te beschikken over een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat voorleggen. Bij gebrek aan vaccinatie-, test- of herstelcertificaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren. Bij gebrek aan een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat of bij valse, misleidende of onvolledige informatie kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

In geval van een reis bedoeld in artikel 17 §1, §2 en §3, dient eenieder, vanaf de leeftijd van 12 jaar, die geen hoofdverblijfplaats heeft in België en die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit het grondgebied van een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 en dat op de website "info-coronavirus.be" van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als rode zone of als zone met heel hoog risico is aangemerkt, te beschikken over een testcertificaat. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een testcertificaat voorleggen. Bij gebrek aan testcertificaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren.

De uitzondering op de verplichting om te beschikken over het vereiste certificaat overeenkomstig het eerste en het tweede lid, zoals voorzien in het eerste en tweede lid voor de reizigers waarvan de reis geen gebruik van een vervoerder inhoudt en waarvan het verblijf in België niet langer duurt dan 48 uren of waarvan het voorafgaand verblijf buiten België niet langer heeft geduurd dan 48 uren, is niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een derde land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig artikel 16 §3, eerste lid.

Artikel 19

De verplichtingen voorzien in artikel 17, § 3 en artikel 18, zijn niet van toepassing op de reizen van de volgende categorieën van personen:

  1. voor zover zij in het kader van hun functie naar België reizen:
    • de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren en zij die alleen maar op doorreis zijn;
    • de zeevarenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore windmolenparken
    • de “Border Force Officers” van het Verenigd-Koninkrijk;
    • de grensarbeiders;
  2. de leerlingen, studenten en stagiairs die minstens één keer per week naar België reizen in het kader van hun grensoverschrijdende studies of stage;
  3. de personen die naar België reizen in het kader van grensoverschrijdend co-ouderschap;
  4. de personen die tussen België en een andere EU- lidstaat worden overgedragen in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, alsook in het kader van bilaterale overeenkomsten, wanneer hieromtrent tussen België en de andere EU-lidstaat op basis van wederkerigheid de nodige afspraken zijn gemaakt.

De uitzonderingen voorzien in het eerste lid, 1°, vierde streepje, 2° en 3° zijn niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een derde land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig artikel 16, § 3, eerste lid.

HOOFDSTUK 8. Individuele verantwoordelijkheden

Artikel 20

Het wordt sterk aanbevolen aan eenieder om de regels van social distancing na te leven, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

Het eerste lid is niet van toepassing:

  1. op personen die onder hetzelfde dak wonen onderling;
  2. op kinderen onderling tot en met de leeftijd van 5 jaar;
  3. op personen onderling die behoren tot eenzelfde gezelschap;
  4. op personen onderling die elkaar thuis ontmoeten;
  5. tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds;
  6. <Opgeheven>;
  7. <Opgeheven>;
  8. tijdens private bijeenkomsten;
  9. indien dit onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit;
  10. in de gevallen waar de toegang georganiseerd wordt op basis van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021, met inbegrip van de massa- evenementen;
  11. tijdens de burgerlijke huwelijken;
  12. tijdens de uitvaartceremonies;
  13. tijdens de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging;
  14. tijdens de individuele uitoefening van de eredienst en de individuele uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging;
  15. tijdens het individueel of collectief bezoek aan een gebouw voor de eredienst of een gebouw voor niet-confessionele morele dienstverlening.

Artikel 21

Het dragen van een mondmasker om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 22§1

Het wordt sterk aanbevolen aan eenieder, vanaf de leeftijd van 6 jaar, om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker wanneer het onmogelijk is om de regels van social distancing zoals bepaald in artikel 20 na te leven, onverminderd de toepassing van de paragrafen 2 en 3.

Eenieder, vanaf de leeftijd van 6 jaar, is in elk geval verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker op de volgende plaatsen, onverminderd de toepassing van de paragrafen 2 en 3:

  1. de besloten ruimten van de plaatsen bedoeld in artikel 14;
  2. de besloten ruimten van het georganiseerd collectief vervoer, behalve voor wat betreft het rijdend personeel, voor zover enerzijds de bestuurder goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de bestuurder geen mondmasker draagt;
  3. de inrichtingen en plaatsen waar contactberoepen worden uitgeoefend, voor wat betreft de dienstverleners en de klanten, waarbij de dienstverlener en de klant direct fysiek contact hebben of waarbij de afstand van 1,5 meter niet kan worden gegarandeerd tussen de dienstverlener en de klant voor een duur van minstens 15 minuten;
  4. de voor het publiek toegankelijke ruimten van de ondernemingen, verenigingen en diensten bedoeld in artikel 2;
  5. de voor het publiek toegankelijke ruimten van de handelszaken, winkels en winkelcentra;
  6. de bibliotheken, spelotheken en mediatheken;
  7. de besloten en voor het publiek toegankelijke ruimten van de inrichtingen bedoeld in artikel 7, met inbegrip van de fitnesscentra;
  8. de gebouwen voor de eredienst en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van niet- confessionele morele dienstverlening;
  9. bij verplaatsingen in de publieke en niet-publieke delen van de gerechtsgebouwen, alsook in de zittingszalen bij elke verplaatsing en, in de andere gevallen, overeenkomstig de richtlijnen van de kamervoorzitter;
  10. de publiek toegankelijke ruimten van overheidsgebouwen;
  11. de inrichtingen en plaatsen waar horeca- activiteiten worden uitgeoefend bedoeld in artikel 5, voor wat betreft het personeel;
  12. de inrichtingen en plaatsen waar horeca- activiteiten worden uitgeoefend bedoeld in artikel 5, voor wat betreft de klanten wanneer zij niet aan tafel of aan de toog zitten;
  13. de private bijeenkomsten en de activiteiten in georganiseerd verband bedoeld in artikel 12 §1, eerste en tweede lid met meer dan 50 personen binnen of meer dan 100 personen buiten;
  14. de plaatsen waar de evenementen bedoeld in artikel 12§2, 3 en 5 plaatsvinden;
  15. de overige plaatsen waar de toegang wordt georganiseerd overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021;
  16. de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons.

Artikel 22§2

Het mondmasker mag occasioneel worden afgezet om te eten en te drinken, en wanneer het dragen ervan onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit.

Artikel 22§3

Wanneer het dragen van een mondmasker niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.

De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien.

HOOFDSTUK 9. Onderwijs

Artikel 23

In het kader van het leerplichtonderwijs, het volwassenenonderwijs, het hoger onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs worden de specifieke voorwaarden voor de organisatie van lessen en scholen door de ministers van Onderwijs vastgesteld op basis van het advies van experten, rekening houdend met de gezondheidscontext en de mogelijke ontwikkelingen daarvan. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het aantal dagen aanwezigheid op school, de normen die moeten worden nageleefd met betrekking tot het dragen van een mondmasker of andere veiligheidsuitrustingen binnen de inrichtingen, het gebruik van infrastructuren, de aanwezigheid van derden en de extramurale activiteiten. Indien er op lokaal niveau bijzondere maatregelen worden genomen, stellen de ministers van Onderwijs een procedure vast.

Ook buiten de lesuren kunnen scholen of derden initiatieven nemen ter bestrijding van de leerachterstand of schooluitval volgens de protocollen die worden opgesteld door de bevoegde ministers van de Gemeenschappen.

HOOFDSTUK 10. Sancties

Artikel 24§1

Inbreuken op de maatregelen van dit besluit worden bestraft met de straffen bepaald door artikel 6, § 1 van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, met uitzondering van:

  1. de inbreuken bedoeld in paragraaf 2;
  2. de inbreuken op de maatregelen die betrekking hebben op de verplichtingen van de bevoegde lokale overheden;
  3. de inbreuken op de maatregelen die louter gelden als aanbeveling.

Artikel 24§2

Inbreuken op de maatregelen van dit besluit op de arbeidsplaatsen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever bedoeld in artikel 16, 3°, van het Sociaal Strafwetboek enerzijds, en de werknemer bedoeld in artikel 16, 2°, van het Sociaal Strafwetboek anderzijds, worden bestraft overeenkomstig artikel 6, § 2, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie.

HOOFDSTUK 11. Slot- en opheffingsbepalingen

Artikel 25

De lokale overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Wanneer de lokale omstandigheden het vereisen, nemen de gouverneurs en burgemeesters, elk voor het eigen grondgebied, maatregelen die strenger zijn ten opzichte van de maatregelen in dit besluit, overeenkomstig de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken.

De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn gemeente.

Artikel 26

De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 28 januari 2022.

Artikel 27

Bepalingen van een protocol of gids die minder strikt zijn dan de regels van dit besluit worden buiten toepassing gelaten.

Artikel 28

De minister van Binnenlandse Zaken kan, na gemotiveerd advies van de bevoegde ministers, de betrokken lokale overheden en de federale minister van Volksgezondheid, toelating geven om af te wijken van de regels van dit besluit gedurende proef- en pilootprojecten met uitzondering van het maximum aantal personen bedoeld in artikel 12, § 3.

De organisatie van de proef- en pilootprojecten gebeurt overeenkomstig het protocol dat werd bepaald door de bevoegde ministers en de federale Minister van Volksgezondheid houdende een kader, kalender en stappenplan voor de organisatie van proef- en pilootprojecten, zowel binnen als buiten, overeenkomstig de afspraken in het Overlegcomité ter zake.

Artikel 29

Het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 30, eerste lid.
 
Tot hun eventuele wijziging moeten de verwijzingen naar het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID–19 te beperken, begrepen worden als verwijzingen naar dit besluit.

Artikel 30

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Artikel 31

De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1

Lijst van essentiële reizen vanuit een derde land naar België toepasselijk op reizigers die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking

Voor de toepassing van artikel 16, § 1, van dit besluit worden de volgende reizen als essentieel beschouwd:

  1. de professionele reizen van gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg;
  2. de professionele reizen van grensarbeiders;
  3. de professionele reizen van seizoenarbeiders in de land- en tuinbouw;
  4. de professionele reizen van vervoerspersoneel;
  5. de reizen van diplomaten, personeel van internationale organisaties en instellingen en door internationale organisaties en instellingen uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van deze organisaties en instellingen, professionele reizen van militair personeel, van ordediensten, van de douane, van de inlichtingendiensten en magistraten, en van humanitaire hulpverleners en personeel van de civiele bescherming, bij het uitoefenen van hun functie;
  6. doorreizen buiten de Schengenzone en de Europese Unie;
  7. de reizen om dwingende gezinsredenen, namelijk:
    • de reizen die gerechtvaardigd zijn door gezinshereniging in de zin van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
    • de bezoeken aan een echtgenoot of partner, die niet onder hetzelfde dak woont, voor zover een aannemelijk bewijs geleverd kan worden van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie;
    • de reizen in het kader van co-ouderschap (met inbegrip van een behandeling in het kader van medisch begeleide voortplanting);
    • de reizen in het kader van begrafenissen of crematies van verwanten in eerste en tweede graad;
    • de reizen in het kader van burgerlijke of religieuze huwelijken van verwanten in eerste en tweede graad; 
  8. de professionele reizen van zeevarenden;
  9. de reizen om humanitaire reden (met inbegrip van de reizen om dwingende medische redenen of de verderzetting van een dringende medische behandeling alsook om bijstand of zorg te verlenen aan een oudere, minderjarige, gehandicapte of kwetsbare persoon);
  10. de reizen die studiegerelateerd zijn, met inbegrip van de reizen van leerlingen, studenten en stagiairs, die in het kader van hun studies een vorming volgen en onderzoekers met een gastovereenkomst;
  11. de reizen van gekwalificeerde personen, als hun werk vanuit economisch standpunt noodzakelijk is en niet kan worden uitgesteld; met inbegrip van de reizen van beroepssporters met een topsportstatuut en professionelen uit de cultuursector, wanneer ze beschikken over een gecombineerde vergunning, en journalisten, bij het uitoefenen van hun professionele activiteit. De reizen van de personen die een activiteit in loondienst komen uitoefenen in België, met inbegrip van jonge au pairs, ongeacht de duur van deze activiteit, op voorwaarde dat ze daartoe gemachtigd zijn door het bevoegde Gewest (arbeidsvergunning of bewijs dat de voorwaarden voor een vrijstelling vervuld zijn). De reizen van de personen die een zelfstandige activiteit komen uitoefenen in België, ongeacht de duur van deze activiteit, op voorwaarde dat ze daartoe gemachtigd zijn door het bevoegde gewest (geldige beroepskaart of bewijs dat de voorwaarden voor een vrijstelling vervuld zijn).
  12. de reizen van de echtgenoot of partner van een persoon die beschikt over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone die deze begeleidt, voor zover zij onder hetzelfde dak wonen, evenals de reizen van hun kinderen die onder hetzelfde daken wonen. De feitelijke partners moeten eveneens een aannemelijk bewijs leveren van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie.

Koninklijk besluit over de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie

Goedgekeurd op 28 oktober 2021.

  • Artikel 1
    De epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie is afgekondigd tot en met 28 januari 2022.
  • Artikel 2
    Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  • Artikel 3
    De minister bevoegd voor de Volksgezondheid en de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Infolijn corona

Federale overheid
0800 14 689

Contact

Onthaal gemeentehuis
Gemeentehuis benedenverdieping
Boerenkrijglaan 61
2260 Westerlo
België
014 54 75 75
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
Gesloten
Gesloten
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
18:15 - 20:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30